Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 BÉT VOOKRECT

„ Abram! vrees niet! Mijne beloften zal ik aari „ u vervullen, doch uw weg zal niet immer „ gebaand zijn: nu en dan zult gij eens op fcherpe „ fteenen en doornen moeten treeden: lk zal „ mijn aangezigt we!eens, voor eeueri korten tijd, „ vei bergen, dan zal u de toekomft duifter en „ aaklig zijn; en uwe benauwdheid zal u het » voorledene doen vergeeten; — maar, Vrees „ niet Abram ! — Ik ben u een fchild! — Al „ verhefte dan alles, wat rondom u is, zich „ tegen u — al was het, dat een ondoorzien-

„ baare donkerheid uwen weg bedekte u

„ dcedt aarzelen, om ééne fchrede voordtezet>, ten: — al fcheen het, dat u alles, wat u „ dierbaaris, uzoude ontnomen worden: Vrees „ niet Abram! want ik ben ü een fchild! mijn „ befcherming is u genoeg! Ik ben God! Ik doe „ wel eens de gevaaren zich als bergen op een „ pakken, om mijne grootheid en liefde te meer, „ in hunne vernietiging, te vertoonen. Vrees niet, „ maar vertrouw altijd op mijneïbeloften ! — lk b ben de onveranderlijke, de getrouwe! ^

Sluiten