Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI VOORBERICHT.

hermann! gij hebt welgedaenl weg, weg daer„ mede\ — een Meisjen van mijn ftand, bij „ welke de liefde louter natuurdrift, niet ge„ verniste verfierde gewaerwording is, die ik „ niets te danken heb! — Ja ! emilie ! gij „ alleen kondet de vrouw voor mijn hart zijn! — „ doch zijt voor mij verkoren,— voor immer ver„ horen! Wie kan een dienstmeisje», als gij, „ in de groote wijde fchepping vinden? — en „ zo ik die vonde, wat was het ? — beminnen „ zou ii haer, en — weencn, omdat ze niet de mijne worden kon."

Dus denkt hij over de Gravin, in een tijd, dat hij zijne emilie, met zeer veel gronds, dood achte; dan, deze wordt weergevonden,

zoo trouw, zoo onwankelbaer als ooit! En nu

welk een fchriele knaep wordt nu Hermann — hoe verfoeilijk worden door het gantfche ftuk, zijne ichijnbaere. principes van eerlijkheid, in onze

oogen —

Sluiten