Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EIGENZINNIGE.

21

de gravin.

Hier is ze! (Zij ligt haere hand in de zijne

hermann , ( houdt die en ziet de gravin lang ftom en als verjleend aen.}

de gravin.

Berouwt u nu uwen eed? of was hij enkel eene vleierij ?

hermann, (laet haere hand los, fidderend. ~)

Mevrouw!

de gravin.

De proeve is geducht ernftig. Ik vat u op uw woord.

hermann.

Nooit heeft mij iets zoo geheel van mijn Huk gebragt, als dit oogenblik; en nog.... (Met drift.) Mevrouw! heb ik u wel verltaen ?

de gravin.

• Zo gij verftondt dat ik u mijne hand aenbood, dan hebt ge mij wel verltaen; en tot nog meerB 3 der

Sluiten