Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fi» DE EERLIJKE

warmte der dankbaerheid ontwaeren. Mijn Echt

zoude eene reeks van laeuwe hoflijkheden

mijn leven, een geduurige ftrijd met onderdrukte gewaerwordingen zijn — mijn hoogmoed verzet zich tegen mijn geluk.

de gravin, (mettoeneemendegevoeligheid.)

Mij dunkt, het is eene zeer kwalijk gepiaetfte hoogmoed, zijn geluk aen niemand te willen verpligt zijn.

hermann, (ten uiterfle hevig.)

Dezen fchaeme ik mij nooit. Doch mijne kinders, zo ik immer vader worde, zullen met eiken dag weeten, dat ik u, mijn geheel onderhoud te danken hebbe: zij zullen weeten, dat ik in uw huis, gelijk een bedelaer, zonder geld, zonder kleeding, zonder hulpe, zonder toevlugt, mager, uitgeteerd en kragteloos gekomen ben —

de gravin.

Zwijg toch! zwijg toch!

hermann, (met traenen,).

Dat ik in ellende had moeten verfmachten, een bedelaer of fchelm had moeten worden; dat

mij-

Sluiten