Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 26 )

nimmer ophoudt te verzwelgen; maar Sara fa fmmeri nimmer uitgefpat; heeft zy ooit de heilige eden van het huwelyk met voeten getreden ? Heeft zy niet altoos eene onfchcndbarc liefde voor hare wederzydfchc ouderen gevoeld ? Heeft haar hart niet gebloed by den dood van haren vader? Wierp zy zich toen niet uit de armen van haar1 gemaal in de mynen ? Smeekte haar gevoelig hart my niet om haar als eigene dochter aan te zien? En toen ik haar dit beloofde, fmolt zy niet aan mynen boezem in tranen, als eene ziel die in de prangendfte droefheid door eenen hemelfchen troost verkwikt wordt? Heeft zy my niet altoos eene achting toegedragen, waarover ik my menigmaal verwonderd heb? Haar hart was altoos gevoelig voor. ouderliefde! Hare gezichtstrekken waren edel, en de veinzcry was verre van haar gelaat verbannen, 't Is waar, eene zekere onvcrfchilligheid, haar anders oneigen , zonk door veelvuldige vermaken in haren boezem ; dit was zekerlyk de eerfte flap welke de weelde in het mcnfchclyk hart te weeg brengt; maar het was ook de verite welke zy ooit° gedaan heeft. Het mms de jeugd, myn zoon , die met rykdommen gepaard, het hart dikwils voor eenige ogenblikken doet dwalen; gevaarlyk zonder eenen deugdzamen geleider; maar van veel waardy wanneer men zyne gebreken by tyds inziet.

p a t s w e l L. Die heb ik haar doen inzien, myn vader; ik heb haar voor hare partyen den Godsdienst doen verkiezen.

morden.

Ja, zy is aan u vcrpligt. Ik geloof dat gy haar altoos ten besten geraden hebt; doch uwe fentimentccle

Sluiten