Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat Hij, die Leeuwendaal nooit bijfland heeft ontzegd, Uw gemalin en kroost befchermde — ons uitkoomst baarde,

Het zegel zijner gunst aan alle uw daaden hecht', En fteeds uw Vorstlijk huis ten zegen Helle op aarde;

Het ftijge, in aanzien, tot den fleilften gloiietrap! Blijf voorts, de Burgerfchaar van 't Craaflijk vlek belonken;

Uw roem zij erflijk, tot in 't laatst' nakoomlingfchap, En Nestors leeftijd werde U, om uw deugd, gefchonken!

Neem, WILLEM: op deez' hoop, de gouden Eerpokaal. 'tMuzijk vervang'mijn'toon't Hoezee klink'door de Zaal»

Dc voorenrtaande dichtregels, op gedienstig verzoek ontworpen, zijn, vermits de onpasfelijkheid van den Welëdelengeftrengen Heere Kollonel Mr. G. F. van SL INGE LANDT, voorgeleezcn, door den hoogedelen

Heere Graave van RENTINCK, Heere van RHOON enz. enz. . De

verdere omflandighedcn vindt men opgegecven , in een Bijyoegtil tot de Utrechtfche Courant van Vrijdag den 23 Mai 1788.

O P

Sluiten