Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(*)

Pit lompe harzens voortgekomen. Het is niet als 't natuurlyk licht Der Reden, dat zy fteeds befchouwenv De wetten volgen, is hunn' plicht ! '' En op hunn' deugden, te betrouwen; Hun fchelden, in hunn' Poè'zy ! Moetmen .het Volk geftadig maaien, Als of het is Deïflery, Die hun doéd in den Afgrond daalen' Dit word, 't is waar, noch trouw betracht; Maar t heeft geen kracht mëer, noch vermogenDe Waarheid ! en haar eêl geflacht' ^ U. Ziet nu, uit meer, dan Argus Oogeni Men ziet het helder fchynend Licht, Voor yder, ©p den Kand'lajir praaien / Men hoord, in Vryje trant, en Dicht, Het waar, en onwaar zelv'vernaaien • Die vreugde, duurd ten allen tyd ' En wil hier nooit, verand'ring baaren In deezen Staat, fchoon hy van fpyt Mogt trekken zyne valfche Haaren* ' Op dat hy dan, met een Ca lot \ Gelyk de Wet hem komt te leeren Zyn hoofd bedekt; >alzo geen Pot Het Ampt voegd, van te Cencureèren" IJlt wil hy doen; alzo zyn waan, Hem denken doet, bekwam te weezen , lot alles; zulk een ftouten Haan! xyn fpooren mag men billyk vreezen Hy zegd; zy, zyn van vrees ontbloot'. Voor t Kerkgezach, en Ov'righeeden! Heteerfte is waar; het laatfte, fnood Gelogen! wyl onz'wet, en Reden, De onderdanigheid, gebied Te toofien , aan de hooge Machten, Als Ntder tander s! Calchas, niet Ie 1'chroomen, maar hem ftout verachtenAls hy, door yver fchynd beftraald,- 5 &n durft dus , voor de zyne preeken; Den Geeft, is op my, neergedaald, «oor, doo? rny, God Apollo fpreken' <<<y9Gie verachten onze kera ■ ■

Moet

Sluiten