Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ui TOT MIDDENNACHT.

DE MARQUIS.

Zal die trouw dan haast gefchien?

DE BARON.

Neen, dat juist niet, maar 'k heb befloten. En indien...

DE MARQUIS.

Gy wilt haar, zoo ik hoor, tot man een' zeeman geeven.

DE BARON.

De zoon van eenen heer, in zyn roemruchtig leeven, Myn waarde vriend, die, in 't beleg van Port Mahon, Op 't bed van eere ftierf, en dikwerf lauren won... De zoon zal zekerlyk den vader evenaaren; Naar g'ory flreven, of ook fneuvelen op de baaren. 't Is reeds een man van eer. Hy is myn peetekind. Om zyne dapperheid van veelen reeds bemind. De nieuwspapieren, die van hem met lof gewaagen, Getuigen, dat hy zich roemruchtig heeft gedraagen. Hy heeft het leeven van zyn admiraal gered In de Indien ; de magt der vyanden verplet; Twee fthepen in den grond gefchoten. En de koning Schonk edeimoedig voor zyn' dienst hem een belooning.

Sluiten