Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BEDRTF. 3 Toon. a?

Niet onverfchill'g zijn van mijne ondraagbre fmart. Stel, o:n de zuiverheM, de fterkte mijner liefde, Die mij, zoo jammerlijk, de teedre borst doorgriefde, 't Noodlottig huwlijk van uw nicht een weinig uit; Geef mij gelegenheid, om haar van mijn befluit. Bericht te geeven; van mijn achting te overtuigen, En haren wil, kon 't zijn, naar mijnen wil te buigen.

DE BARON.

Dit is het juist mijn heer, dat ik u, boven al, Niet toeftaan, maar, met al mijn magt, beletten zal.

DE MARQUIS.

Mijn ftaat is u bekend, mijn uitgeftrekt vermogen, 't Welk mij van uwen kant geen voordeel doet beoogen. Ik eisch geen huw'ijks goed, uw waarde nicht alleen Bedoel ik; met haar hart en hand ben ik te viêen.

DE BARON.

Het fpijt mij, datik u haar hand niet toe kan leggen , En ook den toegang tot mijn wooning moet onueggen, Tot na 't voltrekken van haar huwlyk. 'tValdmy hard! Maar 't is noodzaaklijk, dat u dit geweigerd werd.

C 3 Mijn

Sluiten