Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 DE WANTROUWIGE,

Zyn liraave dochter, zoo bekoorlyk in myn oog.

]k zag haar kort, maar acht haar waarljk reeds, zeer hoog ,

Zoo om haar ichranderhcid, als treffelyke zeden;

Ln 't is ook zoo by u, niet waar?., dat heeft zyn reden.

timant, verlegen. Heer vader! inderdaad! neen... wezendlyk... 6 neen!

filip, hem amftootende. Wat zegt gy daar?

geronte.

Wei nu, wat itaan wy? gaan wy heen Naar boven. Kom, wel aan ! daar kunnen wy wat praaten.

orgo n.

Ik zal u volgen.

geronte. Och ! die gekheid moet gy laaten. Men kan wel zien, dat gy van 't land kom;... In myn huis Geen complimenten!., zulk een tuig firekt my tot kruis. Ik maak 'er geene, en zal vooruit gaan, om te toonen Waar dat de weg is, en 't vertrek, waarin wy woonen. Geronte vertrekt, Orgon volgt hem, en Filip verlaat het tooniel aan de andere zyde.

ZEVENDE T O O N E E L.

timant, damon.

timant.

Myn allerwaardfte vriend! Ik bid, verlaat my nier, Blyf nog een weinig hier. Wat of 'er is gefchied ?

'k Moet,

Sluiten