Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 SINT NICOLAAS of het

Myn kind is pas acfrti'eij en ik denk dat liet waar is, Dat haar minnaartje lief noch geen twintig jaar is. ' Kaatje.

Wel nu! dat is beter, zoo ik vertrouw, Als dat de man viermaal zoo oud is als de vrouw: Waarlyk ge wilt Uw dochter al fraay opfchikken 1 (Kaatje gaat met bet hoofd knikkende bet vertrek op en neer.) M e j: B i g ó t. Wat deert U dat gy dus met uw hoofd loopt knikken.

Kaatje, hoedende. °ch, och! myn borst.... myn borst, wat doet die borst my zeer,

M e j: B i g ó t. Gy fchynt verkoud Kato, het is ook windrig weer. Kaatje.

O je, O je, wat pyn 1 wat kan die jigt my plagenl

M e j : B r g ö t. Het is gewis de kramp die u van pyn doet klagen.

Kaatje, gaat zitten. Och Ifabella! och , breng tog wat kusfens aan, Geef my een warmeftoov'l wil naar den docktergaan: Dathytog aanftondkoomt. Helaas! Ikzal'tbefterve.

TWEEDE TONEEL.

Mejuffrouw Bigöt, Kaatje, Isabel, met drift in de Kamer komende.

Kaatje knorrende.

W

aar bleef gy nu zoo langP'k riep u reeds menigwerve, Ach ik vergaa van pyn ! Maar ja, men tcld my niet,

't ls

Sluiten