is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S44 !N DEN HEMEL ZAL ALLE DROEFHEID

hij ons inleiden wil in zijnen HemeL

Ach! dat wij ons fchamen over die tegenftrevingen — dat wij ons fchamen over alle de tranen van moedeloosheid, van troosteloosheid, met welken wij zoo menigwerf ons lot verzwaren, ons van kragt tot lijden en werken beroven, en in 't geheim onzen goedertieren Hemelvader befchuldigcn dat

wij ons regt diep fchamen, daar wij zulk eene hoge hoop der heerlijkheid hebben, dat al dit lijden ophouden, al dit weenen een einde zal nemen 1 De onfterfelijke bewooners des hemels kunnen niet weenen, maar indien dit mogelijk was , dan zouden wij, in hunnen kring komende, zekerlijk weenen over onze tegenwoordige tranen. Ai! wat ik u bidden mag G. laten wij alle onze kragten aangrijpen, eninfpannen, om deze tranen uit onze oogen te weeren. Wij mogen wel tranen van fmagtend verlangen naar het vaderland onzer ruste weenen, maar geene tranen van ontevredenheid over den hobbeligen weg, die tot hetzelve leidt. Het is goed , dat wy onze blindheid, onze kragteloósheid; de dubbelzinnigheid, de ongeftadigheid, de ijverloosheid van ons hart beweenen, maar het is niet goed, dat wij over de wegen Gods weenen, die hij

met