is toegevoegd aan je favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

330 de gelijkenis VAN den PflARISEER ,

weet, of hij deze aanmerking niet zai bevestigen ?

Hij staat van verre. Hij gevoelt door

alle de kragten van zijn wezen, dat hij .

hij Zondaar in Gods Tempel voor

Gods aangezigt voor het aangezigt van

den Heiligen, den Reinen God is. Zou hij zig wagen in de verzameling van menfchen, die hem beter voorkomen, dan hij zigzelf erkent? Dit kan hij niet. Onwaardig geheel onwaardig is hij, zijne gebeden te vermengen

met hunne gebeden hij ziet misfchien den

een of ander, dien hij beledigd heeft — ach! hij kan de oogen der menfchen niet verdragen hij kan het niet uithouden onder de

menigte. Evenwel, hij heeft Genade — Erbarming nodig zijne geheele ziel is er

naar uitgeftrekt ■— hij fmagt naar Genade, gelijk een dorre, uitgedroogde landftreek fmagt naar regen. Wat doet hij ? Hij verkiest de eenzaamheid — hij zoekt een ftillen, donkeren hoek des Tempels , waar het oog

van God hem alleen kan zien daar wil hij

Haan, en — als hij kan, ook — bidden.

Hij staat van verre, en durft nauwelijks zijne oogen opheffen ten hemel.

Hoe