Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 3

klaren; en dat ons das hiervan eene zeer aanzienelyke fomme gelds toe moet vallen.

WILD.

Gy hebt gelyk. Ik bedacht dit zo min als dat de vrouw van Langman, aan wie de goederen van haar' man by vonnis waren toegewezen, verzocht heeft, in plaats van dezelven , flechts eene toereikende jaarwedde voor haar en haren zoon te mogen genieten, 't welk onze vaderlyke landheer haar gunstig heeft toegedaan.

ADELER.

Derhalve ziet gy uwe grootfte zwarigheid reeds uit den weg geruimd. Ik, voor my, heb eene veel grooter zwarigheid, die my ten eenenmale buiten myzelven heeft gebragt.

w 1 L D.

En welke dan ?

ADELER.

De vrees dat de overfte Waldheim , in gevolge van het gefprek, door hem gisteren met zyn' ouden vrind en naasten buurman , den heer Van Lindenberg, over den opkomenden oorlog gehouden, weder een' onverzettelyken lust tot den krygsdienst mogt hebben verkregen ; want enkel op het woord „ oorlog, broeder ! oorlog" was hy vol vuur. Indien myne vrees gegrond is , en hy zyn' krygslust wil opvolgen , dan is het met zyne landgoederen , die zo jammcrlyk veel hebben geleden, A 2 en

Sluiten