is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I96 de onveranderlijkheid

middelaar Gods, de middelaar der menfehen, de Heiland der waereld.

Voor ruim zeventienhonderd jaren G. leefde hij op aarde, zoo gewis, als wij allen leven , en nu leeft hij in den Hemel , op den troon zijnes Vaders. Zou hij ophouden te zijn, 't geen hij eenmaal was? Zou hij nu, van alle lijdingen bevrijd , niet meer verzogt door beproevingen, boven alle Hemelen verheven , niet meer met liefde denken aan zijne weenende, en aangevogten broeders? Zou hij die mededogende, die gaarnhelpende, die tedere gezindheden der erbarming hebben verloren , die hem zoo eigen waren in dit land der voorbereiding ? Zou hij niet meer de verlichter, de rustverfchaffer, de helper, de vertrooster , de levengever voor zijne menfehen willen zijn? Ach! indien zijne liefde die van een onvolmaakt mensch was, die dikwils fchielijk opvlamt, niet minder fchielijk verkoelt, door ondankbaarheden ras vermoeid wordt, en onder ware of vermeende

beledigingen verloren gaat, dan helaas!

ons geweten getuigt hier tegen ons dan

konden wij op de voortduuiing zijner liefde niet hopen. In de waereld , om welke van den vloek te verlosfen hij gekomen is , is hij niet ontfangen, gelijk hij verdiende. Men

heeft