Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIET WAT MEN WI L. 35

POINTU.

Eerstelyk , mynheer , moet gy weten, dat ik burger ben van Parys, huiszittende, fints dertig jaren , op St. Roch. Ik ben alle de trappen van myn beroep doorgegaan, en tegenwoordig ben ik overman van myn gild; zie, dit brengt een huishouden op een' goeden voet. Nu heb ik een' zoon, die een flecht fcheprel, een deugeniet is, mynheer. FRANVILLE.

Dat is wel droevig.

POINTU.

Zoud gy wel gelooven, mynheer, dat die fchobbejak, die tot alles bekwaam is, nooit een ambacht heeft willen loeren? hy heeft in 't hoofd gekregen om tot hansworst te ftudeeren : hy flentert langs frraat in een' gegalonneerden rok: hy doet zich den Schoonen Leander heeten, in plaats van zich, als zyn vader,Euftatius Pointu te noemen. Schreeuwt dit niet wraak, mynheer?

FRANVILLE. Hy heeft ongelyk... Hoe, mynheer! zyt gy vader van een''jongman, die een' gegalonneerden rok..? POINTU. Ja, mynheer, ik ben zyn eigen vader.

FRANVILLE. Wel , ik heb u ai oplettend bekeken , en my dacht eenige gelykheid in u en hem te ontdekken. POINTU.

Dat is zeer naturelyk... Kyk, waarde vrind , in C a &t

Sluiten