is toegevoegd aan uw favorieten.

Land- en stad-bibliotheek. Bestaande in eene keurige verzameling van belangryke geschiedenissen [...] en weetenswaardige anekdoten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

226

Laueeïte, of het

de, den Ridd'f vroeg tefpreeken. Hy is niet t'huis, myn Heer, zeide de Zwitfer. — Is hy niet t'huis? — Neen, myn Heer, hy is naar buiten. — En

federt wanneer? — Sedert gisteren avond. •

Op wat uur? — Tegen den avond. — En naar welk buiten is hy gegaan? — Dat weet men niet, myn Heer; hy heeft flegts zyn kamerdienaar medegenomen. — En met wat voor een rytuig? — Met zyn vis d vis. — Zal hy lang uit de ftad blyven? Hy komt eerst over veertien dagen terug, en hy heeft my belast zyne brieven te bewaaren. — By zyne terugkomst moet gy hem zeggen, dat ik hem gezogt heb, en hem verlang te fpreeken.

Zie daar my eindelyk overtuigd, zeide hy onder het heen gaan. Alles komt uit. Daar blyft nu flegts overig om te ontdekken, op welke eene plaats zy zich verborgen houden; doch het mag gaan zoo 't wil, ik zal hem uit haare armen rukken, dien trouwloozen, dien rampzaligen vriend; en ik zal het vermaak hebben, van in zyn bloed mynen hoon en zyn verraad af te wasfehen.

Zyne nafpeuringen waren vrugteloos ; de reis van den Ridder bleef een geheim, dat hy nimmer konde ophelderen. Luzy bleef dan veertien dagen lang op de pynbank, en de volkomen overreeding dat Soligny de fchaaker was, verwyderde zynen geest vanalle andere gedagten, over de oirzaakendie aanleiding tot het vertrek'vanLausette zouden hebben kunnen geeven.

In zyn ongeduld liet hy alle morgens vraagen, of

zynen