is toegevoegd aan uw favorieten.

Land- en stad-bibliotheek. Bestaande in eene keurige verzameling van belangryke geschiedenissen [...] en weetenswaardige anekdoten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.17-4 Clarette,, of het

onwaardig maaken. Zeg my, ridder, wat my te doen ftaat ï J

Antwoord van den ridder Digey. Wat u te doen ftaat, myn vriend? kunt gy zulks nog vraagen, moedige wysgeer? Clarette, zoo fpoedig mooglyk, trouwen; en dus eene daad doen, die een bovennatuurlyk wezen waardig L aan die ongelukkige haare eer weder fchenken, door" haar aan de uwe deel te geeven; metéén woord, uw best te doen om eenigzints gelyk te worden aan de Godheid, wier af beeldzei wy zyn, door derzeiver voorbeeld te volgen, in het vergeeven en weldoen van zyne naasten. Dus kan een mensch best toonen, dat hy Gods beeld is, en ons aanbiddelyk voorbeeld zelv' zoude dus handelen. Naardien gy verzekerd zyt, dat Clarette haaren mis. Hag oprechtelyk beweent, en u niet zoekt te bedriegen, zyt gy verpligt haar te beloonen voor den moed, die zy betoond heeft in zich aan de ondeugd te onttrekken, en zulks in eenen Jeeftyd, waarin dezelve haar nog bekoorlyk kon voorkomen Ge loof my, zy J. in der daad een eerlyk meisje; haare ziel is nimmer bevlekt geweest; op den trouwloozen, die haar verleid heeft, moet de algemeene verachting nederftorten: dat fchepzel is inderdaad ftrafbaar, en waardig om aan eene eeuwige fchande en knaaging overgeleverd te worden. Gy meid my, dat gy voorneemens zyt, met uwe nieuwe huisvrouw en ouders, afgezonderd op het land te blyven leeven; wagt u wel zulks te doen, waar

vreest