is toegevoegd aan uw favorieten.

Land- en stad-bibliotheek. Bestaande in eene keurige verzameling van belangryke geschiedenissen [...] en weetenswaardige anekdoten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deugdzaams en gelukkige Dorpelingen. 229

riep Perrette? ó! Dórsin, gy zyt ryk geworden. — Nu, nu zult gy de myne kunnen zyn! De Hemel is.onze onderlinge liefde gunftig, zou ik hier gezonden wezen om aan de begeerte van uwen vader te voldoen, en ons gelukkig doen worden ? Natuurlyk verwekt dit blydfchap in hunne zielen; zy befchouwen dit goud met greetigheid, en trekken 'er hun gezigt niet af, dan om elkander met te meer tederheid aan te zien. Zy berekenden het gene zy gevonden hadden, en het was twaaif duizend guldens; zy ftaan als in verwondering opgetogen. O, Perrette, zeide Dorsin, uw vader zal my u niet langer onthouden. Perrette antwoordde hem niets; zy was ftom van blydfchap, vatte de hand van haaren minnaar en drukte die met hartelykheid. Dorsin twyffelde niet meer aan hunne aanftaande vereeniging; deze gelukltaat vervulde hem geheel en al; verrukt door een fchielyke beweeging, omhelst hy zyne beminde en vat die in zyne armen. — Dierbaare Perrette, hoe aangenaam is my dit geluk, wy zullen het onder elkander deelen. Zy fluiten den zak wederom toe, en begeeven zich op weg, ten einde zich terftond naar den ouden man te begeeven; zy waren reeds naaby zyn huis, wanneer Dorsin eensklaps bleef ftaan. — Wy verwagten ons geluk nu alleen van dit goud; maar is het wel 't onze? buiten twyffel behoort het aan eenen reiziger; de jaarmarkt van Vitré loopt ten einde; een koopman naar huis keerende, heeft het waarichynlyk verloor en; terwyl wy ons aan de blydfchap overgeeven, is het P 3 mis.