Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en goedhartige Aioeder. 2.3

te voor haar moeder. ,, Ik: vind u veranderd,"

zeide mevrouw de TRoëNE. Jaa, moeder,

ik ben het grootelyks. Hebt gy dan rikt

wel geflaapen?" zeer weinig zeide zy meteen zugt. — ,, Gy moet egter tragten 'er wel uit te „ zien; dewyl ik u dezen avond naar de Thuile-

ries denk te geleiden , waar geheel Parys zal „ byëenkomen. Het moeide my dat de fchoonfte „ tuin van de wereld niet meer wierd bezogt; „ 't is my zeer lief dat men 'er weder verfchynt."

Verglan verzuimde niet zich 'er te laacen vinden, en mevrouw de Trocne hield hem by zich. Het gezigt dezer wandelplaats fcheen een' betoovering. Duizend fchoone juffers , in den vollen luister eener allerpra^tigfte opfchik, waren rondom de door beitetkonst verfierde fontein-kom gezeten. De fraaije wandellaan, aan wier einde deze fontein-kom zich vertoont, was vervuld met die jonge nimfen welken door haar bekoorlykheden en gaven, de begeerten tot zich trekken. Verglan kende ze allen , en lachte haar toe terwyl hy haar met de oogen volgde. Deze, zeide hy, is Fatima; zy is de tederfte, de gevoeligfle die ik ken ; zy leeft als een engel met Cleön : hy heeft haar in zes maanden twintig duizend kroonen gegeeven ; zy beminnen elkander gelyk twee tortelduiven. Dit is de beroemde Corinna: haar huis is de tempel der weelde; haar foupées zyn de luisterrykfte van Parys; zy vertoont zich op dezelven, met eene bevalligheid die ons betoovert. Ziet gy die zedige blonde, die haare oogen tederB 4 iyk

Sluiten