Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t 30 3

bedoeld was ? Credatjudaeus Apella! neen , Myn Heer, vergeef my! Ik ken U H. G. hier toe veel te fchrander. Gy hadt de plaatfen , hier boven aangehaald, in myn' eerften brief, gelezen. Gy hadt myne tegenredenen overwogen. Hoe zoudt Ge dan, by mooglykheid, myn oogmerk hebben-kunnen 'voorbyzicn, en in die gedachten geraken, dat ik over het gemeld zcdelyk vermogen der menfehlyke rede wilde fchryven? Ik heb het derhalve als een' trek van fchrandtrheid aangemerkt, wanneer Gy vcrklaardct, niet te weten, op wie ik het oog had, en daarop overgingt, om over het zedelyk vermogen te handelen, wel wetende, dat ik dit zoo wel als het natuurlyk vermogen aan den mensch toefchryf. En nu, Myn Heer, nu ik zie, dat Gy moeite doet, om my te bewyzen, dat ik zoo wel over het zedelyk alswatituriyk vermogen der rede heb willen fchryven, en dat Gy derhalve wel gedaan hebt, met van het eerjh te fpreken; verwonder ik my wederom over deze uwe fchrandere kunstgreep, welke ik zeer wei begryp, dat Gy nodig hadt, om niet te fchynen, den ftaat des gefchils verhanzeld te hebben; doch, ik wenschte tevens wel, dat U 11. G. zich maar bepaald had, om, zender, omwegen, te onderzoeken, of ik de leer

der

Sluiten