Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 37 )

zag der rede in den Godsdienst gegrondvest heeft ?

Wyders fchynt Gy te willen leeren, dat dit ftuk daarom vooraf moet behandeld worden, omdat, naar het oordeel van U H. G., in het zedelyke bederf des menschlyken verftands, de bron van veele dwalingen in den Godsdienst moet gezogt worden, en dat veele menfehen geene verborgenheden erkennen, om dat hun verftand bedorven is (_f \ Maar, wat hier ook van wezen moge, Myn Heer, Gy althands, die met my gelooft, dat de mensch de waarheden van den Godsdienst, door zyne rede, kennen, en van dezelven, met verzekerdheid, overtuigd kan worden, zult my immers mede moeten toeftemmen ,dat men over het gezag der rede in den Godsdienst, over het aannemen of verwerpen van verborgenheden en andere leerftukken, met eikanderen kan fpreken, en de waarheid of valschheid derzelven beredeneeren , al is men van het zedelyke bederf nog niet overtuigd,of, al zyn die leerftukken niet zeer naar den fmaak van veele menfehen. U H. G. zal toch de verwerping der verborgenheden voor geen noodzaaklyk gevolg van het verftandsbederf -

hou-

(ƒ) Ibid. bi. 20.

c3 f

Sluiten