Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22Ö DE DEUGDZAME ALLEEN

het geluk af, als in eerambten, rijkdom, wellusten overdaad, en zoortgelijke vluch* tige genoegtens, befhande. Naar mate nu van ons temperament of bijkomende omflandigheden, hegten wij ons aan een of ander dezer tijdelijke voldoeningen, cn deze word weldra het troetelkind van ons verdoold hart; deze richten wij als het ware outers op, en offeren haar gedicnstelijk alle middelen, welke alleen vermogend waren ons waar geluk te bevorderen, een duurzamer heil voor ons te bewerken, een heil en geluk, waarvan wij ons meer en meer verwijderen, naar mate wij ons zelvcn toejuichen dat wij gelukkig zijn. — Wel is waar, wij ontwaken wel eens uit deze dronkenfehap der zinnen, maar veeltijds, wanneer het te laat is, om dc ware te vredenheid van het hart, en met deze het eigenlijk geluk, reeds zo verre van ons vervlogen, te kunnen achterhalen:, want ook, al keren wij tot de deugd weder, 'er blijft ons altoos noch iets van onze voorgaande dwaasheid bij; Ja de herinnering is genoeg om alle toekomende vreugde iets bitters bij te zetten. — Heilzaam echter , maar ook verfchrikkelijk ontwaken! Dan zien wij eerst, dat de vrek niet gelukkig was,

die,

Sluiten