Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

EERSTE BRIIf;

den, zoo moet ik u rechtuit zeggen, dat ik weinig' lust heb, om op dat gefchrift van den heer Van Hemert te antwoorden. Nifi utile est quod facias, ftulta est gloria. Wat nut zoude het doen? Zoude het den heer Van Hemert overtuigen? Ik kan het niet denken. Wanneer wy eens den weg der dwaling ingetreden zijn i latén wy ons zoo licht niet te rug brengen (a). Of zou de aanfchouwer van den ftrijd, de lezer, daar nut van hebben? Welk nut? Gefield, ik had het geluk, van hier of daar in het uitlegkundige of leerflellige, tevoren beweerd, eenige nadere opheldering of flaving te geven; zou er ook niet tevens iets tot zelfverdediging tegen gedane befehuldigingen dienen gezegd te worden ? En hoe gaat het met die foort van penneflryden ? Het wezenlyke verzinkt in de zee van zelfverantwooFding; die veelal uitloopt op kibbelen, zoo over den zin en de meening van het gcfch-revene, als ever de goede of kwade trouw van party. Wat nut heeft de lezer hiervan ?

(a) Het is in het algemeen wel de moeite waardig, öp dit ftuk eens na te lezen de vertaling vim eene zamenfpraak uit Epictetus , in' den Hedendaagfchen Stoïcijn van den heer De Perpcncher, d. I, geiprek XI, ^etyteld, De moedwillige tmjfftltför.

Sluiten