Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gevolgen der opvoeding. 27

Jer, en die het aan mijn' man verteld heeft: want van dien tijd af, heeft hij het tegen van arkel gehad; en behandelt dat goed kalf zo bokachtig , dat ik het niet dulden kan; en mij dunkt ook dat, zo ik paulus wildschut ware, ik mij te goed zoude achten, om mij met zulke jongenskibbelaarijen optehouden : maar zo zijn de mannen, 't is te hij of te lij i en ik vind dit ook niet heel mooi van den ouden de groot : doch dit alles heeft nog niets te beduiden , mijn lieve mensch! ik zal u alles vertellen, en dan kunt gij mij uw goeden raad mededeeien.

Je gelieft dan te weeten, Tante lief! dat van arkel mij eens zeide, dat zijn zuster, die Burgemeesters vrouw, in de ftad zou moeten komen, om een' Doctor te confuleeren ; het mensch verkniest zig daar in dat nest van een nadien ; alle lui zijn er zo ftijf , en zo kerks, dat men niet weet wat men er mede beginnen zal ; en haar man is een heei verftandig man, hoor ik, en heeft fchrikkelijk veel zaaken te beredderen: kortom gezegd , ik verzocht haar bij ons , en dat was het minste dat ik doen kon , want het arme fchaap had vriend noch maag, en zou in een lo'gement hebben moeten gaan: denk! een logement! voor zo eene jonge vrouw, en dat zonder haar' man , die niet meer tijd heeft dan de mijnen : ik liet haar dan verzoeken, want ik dacht, keetje zal van zo een verftandige vrouw nog veel kunnen leeren , en met haar menigen brief kunnen wisfelen; en ook aan haare Tante stamhorst wat meer fchrijven , die altoos klaagt , dat keetje zo

Sluiten