Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE' GEVOLGEN DER OPVOEDING. 35

dat naar niemand vreemds; zo dat, indien keetje, van arkel hebben wil, zal zij hem zo zeker hebben, als haar vader mij kreeg, hoe veele wijze redenen zijne zuster daar tegen fprak : hoor Tante, daar ieder zijn' zin doet is vrede, en daar vrede is, is zegen: en ik kan ook niet zo onverfchillig zijn, of ik mijn dochter in, of buiten mijne kerk zal laaten trouwen : neen , neen ! ik ben niet veel van zeggen ; dóch als het op Hukken aankomt wijk ik niet.

Gij weet immers van ouds , dat ik wildschut zo gaarne zijn' zin laat doen, als ik de mijne doen wil? dat blijft nog zo; want om dat hij mij nooit tegenfprak, (prak ik hem ook nooit tegen; dit maakt dat ik nu wat in de war ben , en u verzoek om uwen goeden raad: zie, krijgt keetje , van arkel, dan heb ik wel mijn' zin , maar mijn man niet; krijgt zij den Benist, dan heeft hij zijn' zin, maar ik niet; dit haakt, ziet gij ? en ik weet het niet te redden: konde ik mijn' man maar beduiden dat ik gelijk heb, zo als ik altoos deed, en nog wel wat gaan zoude, indien Mevrouw stamhorst met haare wijsheid daar buiten bleef, en ik mijn' man alleen onder mijne handen had: en waarlijk, ik heb gelijk: kom aan, ik zie van arkel alle daag ; ik weet hoe hij beftaat van haver tot garst ; ik ken zijne zuster door en door , er is geen oogvol kwaad in een van beiden; en zij zijn wel aartig en grappig, doch in alle eer en deugd: zij heeft haar hart op haar tong, en hij is een rechte flapuit; en C *

Sluiten