Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gevolgen der opvoeding. 241

öm, mijne lieve vriendin! is het noodzaakelijk, dat men zig , in der jeugd, indien onze omüandighe*den zulks toelaaten , een weinig voorbereidt, om zulke omwentelingen in ons zeiven en in onzen toeftand te draagen, zonder ongelukkig te worden: het is des wèl dégelijk ons waar belang , dat wij ons met wel gefchrevene boeken leeren bezig houden : ik herinner mij daar , dat gij u bij mij eens beklaagdet, over gebrek aan geduld, en begrip, als gij iet begon te leezen, en dat zulks u daar ook van affchrikte : dit kan zeer wel zijn ; maar gij kunt dit beiden overwinnen ; overtuig u maar eerst ten vollen, dat dit hoognodig voor u is.

Niemand kan meer afkeerig zijn dan ik ben, om eene beminnelijke jonge Juffrouw tot eene nutlooze geleerde te verbrodden; maar even ver ben ik verwijderd van hun die denken, dat zo eene Juffrouw niets anders te dóen heeft , dah te leeven naar den heerfchenden fmaak.

Vóór ik deezen fluit, moet ik u nogmaals geluk wenfchen, om dat het in uwe hand is uw volgend leven , veilig en alleraangenaamst doortebrengen : ach ! wie zou niet ijzen als hij nadenkt wat het moet inhebben, getrouwd te zijn met een fchoonfchijnend deugeniet, dien men gekozen heeft tegen den vriendlijken raad van alle onze beste vrienden; tegen den wil eens vaders, of, wilt gij, van ouders, die ons geluk bedoelden, toen zij zig van hun gezach bedienden, om ons dit te beletten; met een' man getrouwd te zijn die ons niet. bemint, dien wij

III. deel. Q

Sluiten