is toegevoegd aan uw favorieten.

Zanglievende uitspanningen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24* Z 1 E V E E L en MERKHART.

'k Moet met bedagtzaamheid op't glad der waereld wandlen.

merkhart.

Leer uit mijne ijsles dan voortaan omzigtig handlen.

zieveel.

Dit wensch ik; maar wat heeft u op dit ijs gebragt?

merkhart.

Daar word een zoort, als wij , veelal het minst verwagt; Dan: wie betwist ons 't recht op de algemeene wegen? Ik voelde mij nu weêr tot wandelen genegen. Gij weet, hoe 'k meer dan eens op 't Ooster hoofdje fia, Of zit op 't bruine bankje en 't golfje gadefla, Dat fpanlend golfje van de Koningin der ftroomen. 'k Heb's morgens mijnen weg door Schoonerloo genoomen, Met oogmerk om naar huis langs deczen plas te gaan. Tans tref ik u — gij treft mij ook van pas hier aan. 'k Zie zomers met vermaak de woelge baartjes rollen, Nu doet de winter die tot wandelpaden nollen j Dit ijsveld heeft hen door een' feilen vorst bedekt. Den Maasrug, die ten pad voor duizend voeten ltrekt, Wilde ik, in dit faizoen, voor 't eerst van al mijn leeven, Misfchien ook wel: voor 't laatst, een kort bezoekje geeven,

Met