Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P R IJ. 4i5

„ bl. <5. En in zijn Vers op Romens ouden ijver „ in Piemont,

M 6 Schande, dat zich Vorjlen noch vergapen „ Aen een zoo vunfche prij." Outh.

Gelijk

van het woord Priejlerfchap, dat van de bediening gebruikt worde, in welk geval men zegt het Priejlerfchap bedienen, waarvan ftraks. Dus zegt Vondel Salom. I. Be Ir. dit is de Priejlerfchap , die boelen heil belooft, buugerschap ; het puik der burgerfchap , De Decker lof der Geldz. bidderschap; onder onze jonge Rldderfchap. apostelschap , de Apojlelfchap beknelt ia ijfre boeien, Vondel in de Opdrachten; ook in Peter en Pauw. II. Bedr. maagschap voor de magen (adfines); Maer ditghy nae mijn lant ende nae mijne maeghjehap treckenfult, Genef. XXIV. 4. jonglingschap , de Jonglingfchap is ftout, lichtveerdig en vermetel, bij Breder, in Alphonf. I. handel. De manfehap, de broederfchap, de gebroederfchap, de Joodfchap voot de Joden, gelijk dus in eene verklaring van Die Propheet Jona op Hoofd. I. vs. 3. en 14 ; gelijc die Joetfcap. De Anaanfchap , de Heidenfchap, de genootfehap, waarvan zie op bonijgenootschap ; de Verwantfehap voor de bondgenoten, de Verwanten; in dien zin ook de Vroedfchap, en welke niet al meer; waarvan de Voorbeelden overtollig zijn. Zie op PRIESTERSCHAP en NAZ \ATSCHAP. Dus doende zal men veel bij de hedendaagfche Schrijvers ontdekken, het welk de proef niet kan volduren, waarvan een Maaltje is het geen ik bij een voornaam Amfteltoneeldichter, in een zijner vertaalde dicht werken leze:

Dus waant het Hoofdmanfchap van 't Prieflerrot omringt. Dat hun bezweerders kunjt den grammen hemel dwingt.

voor de hoofdmanfchap.

Doch alle deze woorden, die in den zin van een Itcftaan of verzameling genomen, ook nog regelmatig Vr. zijn, vindt men ook in het Onz. Geflacht genomen , maar in een ganfch andere beteekenis , namelijk om daarmede aanteduiden een ambt , bediening , waardigheid , hoedanigheid , of gefieldheid eener zaak. Bij voorb. Daar de Priejlerfchap voor t lichaam der priefteren Vr. is , zoo is in tegendeel het Priejlerfchap voor 't ambt of de bediening , Onz. Door t mfiellenvan't Priejlerfchap, Hooft Tacic. Jaarb. Zoo ook, heb burgerfchap, verneemt van't Burgerfchap Ifraëls, Eph. II. 12. Het maagfehap , nu niet (adfines) de magen, maar (adfinuas) de vermaagfehapping. Het maeghjehap buurt van veer veel be-

Sluiten