Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 PAULUS en VIRGINIA,

paulus, tegen Virginia. Een' ongelukkigen, omzwervend' langs de ftrandeh , Gedoemd tot-harde flaverny, Te ontrukken aan zy n kroost!.. — Mynheer! heb medcly'

dor va l.

Jonge onvoorzichtige ! met welk een recht wilt gy Myn' onbepaalden wil weêrftreven ?

paulus. Dit recht is ieder' mensen gegeven,

Dat hy zyn' naasten mag verdedigen; en hoe.

dor va l.

Maar deze flaaf behoort my toe; 'kHeb hem den gouverneur verkocht .-den koop te breken Is myonmooglyk, en ik ftelde hem te leur: lk moet hem leveren.

virg ikia, fchielyk.

Hoe ! aan den gouverneur, Die myne moeder, toen zy kwam befchermingfineken, Met finaad bejegende, en zo hard Behandelde !... ach ! hoezeer beklaag ikd'armcn zwart'! dor va l.

Mynheer La Bourdonnais!... Ik zie wel, jongelieden ! Datgy hem geenszins kent: dit raakt me ook niet, ikkom Tot zyn verdediging toch ook niet hier; maar om Myn voordeel, en myn eigendom Weerom te halen , dat my fchandlyk wilde ontvlieden;

Op

Sluiten