Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONF. ELSPEL. 2,9 TWEEDE BEDRYF. EERSTE T O O N £ E L.

Het tooneel is als in het eerste bedryf. De goudbeurs ligt noch op den grond.

meinau, alleen, aan de tafel zittende. Goud, het geen anders alles vermag, is by den geringften man te licht, wanneer liefde en eer daartegen in de weegfehaal liggen. Waar ik my wende, overal volgt my de fchaduw myner verloren eer. Wie waardeert, wie acht my ? geen mensch.geen redelyk man drukt my, warm en vrindelyk, de hand. Ieder groet, ieder handdruk vertoont medelyden omtrent my. Ik vorder achtin- van hen, welken myn lot onbekend zyn, en zy3 die het kennen , dragen my medelyden op, terwyl ik my aan deze tafel noch gelukkig moet noemen'. Medelyden is vergift voor den man d.e naar eer ftreeft, een drukkende last voor een' Herken voor den zwakken alleen een zoete flaapLe Ik wil niet dat men my beklaag' ! (bitter) 6 , de menfehen zyn heerlyke fchepfels! daar, waar ZY niet dadelyk kunnen moorden , geven zy , met chrïstelvk erbarmen, langzaamverteerende middelen-

C4 1WEK-

Sluiten