Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 37

DE RIDDER.

ó Hemel! fia my by, en red my uit den nood. TIENDE T O O N E E L.

DE VOORIGEN, SINCERE.

SINCERE, van zyn* kolonel komende, op de dienders aanvallende , weiken Irj uil eikander dryft. Hy vat met zyne linkerhand den rechterarm van den ridder; de deurwaarder en dienden /laan rechts en links verftrooid,

tt at zie ik? Snoodaards 1 los! ofvreest uw aller dood. DE RIDDER. Ach! zonder u, myn vrind, ware ik geheel verloren)

ÜINCERE.

Verraders! Zo ik flech's de ftem - ?r wraak wou hooren, Gy allen waart gofcraft voor 't gruwzaam onbefcheid. Dus oefent ge , onder fchyn van recht, de onmenschlykheid!

Naauw* word de onnoozli uw prooi, of gy vergeet, barbaren!

Dat hy een m^nsch is, en laat alle deernis varen, 't Schynt dat ge in't woên uw wraak, voor al den afkeer, koelt,

Dien elk weldenkend man voor uw beroep gevoelt. Gelastte u ooit de wet dus iemant aan te randen? JÜet heilig recht verkeert in wreedheid, in uw handen.

C 3 Laag-

Sluiten