Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L rj s V e L. 21

T w e d e Knegt. 't Kan wezen.

Eerste Knegt. Ik verzeker je, dat het me hier verveelt, en zoo 't niet was om enige vervalletjes die in zig zei ven niet kwaad zijn , ik had haar al lang gelaten, voor 't geen ze was.

Twede Knegt. Voor mij ik denk te blijven, ik heb toch de bezorging van de meeste zaken; ik ontfang 't geld, en wees gerust dat ik haar voor al dat kijven wel laat betalen.

NEGENDE TONEEL.

Zanetto de zee-capitain, de vorigen. Zanetto de zee-capitain (op een barsfe en

toornige wijze.) Spreek dan! is hier niemand ? (tegen den eerflen Knegt) ha fchurk! nu ken ik je. Is het dan op deze wijze hondsfot, dat je de vreemdelingen bedient? ik vraag om een kamer, je zegt, volg me maar, en met een loopje" de trappen op, of je de duivel agter je hadt, en je laat me ftaan, zonder te weten, of ik regts of lings moet lopen! hé.

Eerste Knegt (onthutst.) Ik dagt dat je me volgde, Mijn Heer!

B 3 Za-

Sluiten