Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol VoLn, Blijspel.

37

Duper.

Dat doe ik ook,- maar niet voor dien Dooven — neen, neen, ik bedankje. Laat hij blijven zitten; dewijl het niet mogelijk is geweest om hem te doen opkramen; maar betalen moet hij; betalen moet hijï (Gedurende deze redenswisfeling , houdt de Reiziger zich onledig met eten en drinken.) Oversteen. Kunt gij geloven, dat een fatzoenlijk man in een herberg zijn verteering niet zou betalen?

Da Reiziger. Dat is excellent; in de daad, dit is een van de beste herbergen, die ik nog immer aangetroffen heb; en het gezelfchap, vooral Mijn Heer; (Zich tot Duper keerende~) ó! zijn beleefdheid is zoo kiesch, zoo kiesch, dat het niet om uittefpreken is 1 Dit zijn i keurige patrijzen, Dames! indien ik de vrijheid durf; de gebruiken ...

Rozette.

; Met vmgracie weet hij voortefnijden. Dit moet 'er van gezegd worden, Mijn Heer Duper! dat hij een wellevend man is, die Doove.

Duper.

Wat raakt mij dat? niet met al; was hij 'er niet igeweest; dan hadden wij wat over onze zaakjes i kunnen keuvelen, met u en papa, in plaats van ...

C 3 Oter-

Sluiten