Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 37

JOSEPH.

Ja, de lucht is zuiver.

MEIDLING.

Wat zeiden die eerlyke lieden wel?

JOSEPH.

Zy hebben een leven als de katten gemaakt. — Gaat uwe genade heden noch uit ryden?

MEIDLING.

ia, een halfuurtje, om my de grillen te verdryven. JOSEPH.

Grillen ? wy zyn immers nu weder vlot. — De onderneming ging beter dan ik gedacht had.

MEIDLING.

Byna wilde ik wei dat het zo goed niet waar' gegaan... Alles wel overlegd, is het toch niet recht.

8 JOSEPH.

Niet recht ? en weik onrecht fteekt daar dan in? Wdke fchade hebben die gierigaarts ? geen dan dat zy eenmaal duizend guldens op christelyke interesten moetcu lener ■ en dat heeft ieder wel al twintigmaal aan u .ewormen. Niet recht? Wel, dat 's grappig. Ik van u bewyzen dat het recht op onze zyde is: in Le waereld is nu eenmaal de loflyke inrichting, dat hy, die niets heeft, altoos onrecht , en hy, die Ld heeft, altoos recht heeft-, wy hebben zeshonderd LldcnsiUn zak , by gevolg hebben wy recht. Einde van hei eerste bedryj.

C3 TWEE-

Sluiten