Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i68 TWEE EN TWINTIGSTE GESPREK.

gaf denzelven mede met f kb e de dienaaresfe der Gemeente te Kenchreen, zynde eene voorfhd en haven van Korinthe (*). Men wil dat zulks gefchied is omtrent *t jaar 58 na de geboorte van Chriftus. In dezen brief vindt men de voor-1 naamfte waarheden van 't Chriftendom, zo ten aanzien van de leerftukken als met opzicht tot de beoeffening van Godzab'gheid. Hy gaat voornaamelyk zulke menfchen te keer, welke uit de werken der wet eene eigen gerechtigheid voor God wilden oprichten. Men kan dezen voortreflyken brief brengen tot drie ftukken. 1) Toont hy aan, dat Jooden en Heidenen „ en dus de geheele waereld wegens de zonden voor God verdoemelyk is, van 't ifte Hoofdft. tot 't softe vers van 't inde. 2 ) Leert de Apoftel , dat de gerechtigheid van christus , door 't geloof omhelsd, alleen voor God beftaan kan, Hoofdft. ju: 2,1 tot 't einde van 't xi Hoofdfluk. 3) Vermaant hy in de vyf ovenge Hoofdftukken tot de beyagting van waare Godzaligheid.

C) Rom. xvi: 1.

MIET-

Sluiten