Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEEDIGBLY'SPEL 29

H ik over dag niet wel uit myn winkel kan.

MIETJE.

Juffrouw, wil my vergeeveh-, [k ben niet getróuWt, het is myn Broêr.

Juffrouw VLASBEEK. Jou Man, of jou Broêr, dat is my om't even. ;s hy geen Linnen Weever?

MIETJE.

Ja Juffrouw: hy Is zo i&n-

Honds uitgegaan, Om een web Linnen weg te brengen, hy zal voort

weerom zyn ; maar blyf zo niet Haan , 5a zitten, als 't je belieft.

Juffrouw VLASBÉEK.

Ik zal wel een oogenblik waeh". ten; ik wilde drie Hukken Linnen laaten weeven, Van zeven vierendeel breed, en zal hem het noodigè

garen daar toe geeven; Vïaar hy moet wel oppaffen, om het wel aan te Haan» zonder gaaien, digt en flerk.

MIETJE,

[uffrouw, je kunt verzekert zyn van de deugdzaamheid ■ van myn Broers werk.

Maar ik hou my in 't vervolg gerecommandéert, als jé

wat hebt te fpinnen, [k zal het vlas niet uit zyn kragt rekken, en egaal werken, ik zoek met eeren de kost te winnen.

Juffrouw VLASBEEK.

Ek zal daar by gelegenheid, om denken: dat Meisje Haat my, om haar manieren en zedigheid, rechtaan;

Zusje, je fchynt het niet breed te hebben, wat deederi jou Ouders? waar ben je van daan,

MIETJE.

Van Werkendam Juffrouw, daar was rriyn Vader eeri welgeftelt Landman, een Man met eeren,

Dïè

Sluiten