Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TONEELSPEL. 27

gloeide , en ik met bevende lippen zyne verhevene ziel inademde, en dan met uaanen van vreugde in de oogen tot U, 0 Almagtige ï opwaards zag , en uit grond myiis harten U bad: Laat ons gelukkig blyven , 6 Vader ! Gy hebt ons zo gelukkig gemaakt. — Maar — het was uw wil niet; —• (Zy gaat een oogenbik , peinzend } heen en veer „ Taart fchielyk uit en drukt met haar hand tegen het hart) Neen ! Fernando ! Neen ! dit is geen ver-

^ (Mevr. Zommer en Lucie komen in.) Stella.

Nu heb ik U hier, lief meisje , gy zult de myne zyn , ik dank U , Mevrouw voor het vertrouwen , met het welk gy my dien lchat overlevert, (tegens Lucie). Lieve ! ik ken U al — die ongeveinsde wezenstrekken zyn goede tekenen , — Mevr. Zommer. Zo voelt Gy welk een waardig pand ik by U te rug laate ?

Stella {na dat zy Mevr. Zommer eenigen tyd fterk aangezien heeft.) Vergeef my , Mevrouw ! men heeft my uwe gefchiedenis berigt, ik weet, dat ik vrouwen van eene goede familie voor heb , maar uw ongeluk heeft my ontrteld , — in dit eerde oogenblik voel ik vertrouwen en eerbied voor U.

Mevr.

Sluiten