Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ü'6" VERBLINDHEID en BEDRTEGERÏJ.

ften zijn 'er veelen, die hem niet kunnen dulden; onder dezen is bijzonder mijne Tante, en de vleijers, die haar verblinden, hem aftunftig; men miskent de waarde van zijn karakter; men rekent hem honderd dingen toe, waarvan hij Biets weet; men ziet zijne gebreken, door het vergrootglas; en zijn flegma, dat mij zoo ergert, laat niet toe, dat hij zich ver, edigt. Hij zwigt , en mea houdt hem voor frraf-

baar, omd»t hij zwijgt Hij heeft fchulden;

maar die worden ook vergroot Hij wordt

voor een verkwister uitgekreten, en de genen, die hem daartce verleid hebben, zij» rijk, hij zelfs heeft het minden daarvan genoten — hij wordt bedrogen, ten grond gebragt; dewijl hij te goed — misfchien te onbedacht, misfchien alleen ongelukkig is — en bh wordt hij als een deugniet behandeld ó! H>e onge¬

lukkig is de man, waarvan men alle kwaad zeggen durft? Hij maakt ontwerpen om zichzelven te helpen — maar die mislukken hem — hij wordt niet onderfteund. Ach! mijn Oom!

BE PRESIDENT.

Stel u gerust. Ik hoor iemand den trap opkomen — het zou niet goed wezen, als men u hier zoo in vervoering vondt. — Laat uwe zaak aan mij over — ik maakze van nu af aau tot de mijne. — Verwijder u. — Wij fpreken elkauder weder, als gij bedaarder zijt. — Noe één

woord,

Sluiten