is toegevoegd aan uw favorieten.

De snijder en zijn zoon, blijspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Bedrijf. 107

Ritmeester.

Mij dunkt, Juffrouw , dat gij best deedt, uwe toeftemming te geeven, dan zoudt gij 'et met eer af koomen.

Vrijmond,

Dat is mijne meening ook. Begrijp eens,' als die historie eens uitkoomt, met vingeren zal men u na wijzen.

Juffr, Pompf,

Ik zal dan van uwer aller vriendfchap hoopen^ dat gij toch deze zaak geheim zult houden. (tegen Willem) Gij ondeugende Jonge! Gij hebt alle mijne hoop en büjdfchap in rook doen verdwijnen ! wo:dt dan een fnijder ! ik mag het lijden, en gij, (tegen Kaatjen) trouw ook met een', dan hebt ge elkauderen niets te verwijten. Ik ongelukkige vrouw ! in geen rond Jaar zal ik mij durven vertooncn.

Ritmeester.

Wees niet bekommerd ! Gij zult nu veel minder der befpotting bloot gefteld zijn. dan wanneer 'r naar uwen zin gegaan ware.