Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 25

KAREL.

Zo als ik u reeds zeide, ja.

RYKENSTEIN.

Dus kan ik aan het verzoek van juffrouw Vrydorp niet meer voldoen!

KAREL, ter zyde.

Wat zal ik my vermaken! (Overluid.) Maar ik bid u, mynheer! zeg my dan toch met wie gy trouwt? ik begryp niets. Gisteren avond zeide gy my, dat gy juffrouw Walthof in uwe vrouw hervormen zoud; haar briefje, dat ik dadelyk heb gelezen, bevestigt dit; maar uit het briefje van juffrouw Vrydorp zou ik opmaken dat gy deze 'er by neemt; denkelyk in petto, tegen dat gy juffrouw Walthof verliest;is het zo niet? RYKENSTEIN, zich. in ean! fiool werpende.

Myne zwakke zinnen!

KAREL.

Kunt gy u niet te binnen brengen, ofgy mogelyk zo wel by juffrouw Vrydorp als by juffrouw Walthof...?

RYKE NSTEIN.

Keiaas, ja! thans erinner ik my alles. Gisteren morgen by juffrouw Vrydorp komende, gaf zy my eindelyk , na vele weêrftrcvingen, het jawoord ; hare vooren naredens hadden my de zinnen verward; ik ging naar juffrouw Walthof, en die gaf my haar jawoord, zonder dat ik haar daarom vroeg»

B 5 KA*

Sluiten