Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£ L IJ S P E L. n

waarmak.

Maar mijn onheil! Die fchande dóór mijne vrouwJ

Mevr. waarman. Wat 'er ook gebeurd zij; ik ben onfchuldig!

w a a r m a n.

Neen! uwe ijdelheid — uwe modezucht —— uwe lichtzinnigheid is fchuld van al ons ongeluk. Gij hebt denvleijer, den leugenaar , den verleider, ondanks mijne waarfchouwing en bede, openlijk bij u gedoogd, en zijt nu met de geheele familie door hem gehoond.

Mevr. waarman.

Gehoond? ik? waardoor?

waarman.

Hij zegt, openlijk, dat de veele engagementen hem daartoe hadden gebragt; dat de ijdele, vrolijke dames, zulke wonderlijke luimen — kostbaare invallen hadden, eii dat inzonderheid het geluk hun in 't fpel zoo gunftig was — dat hij alles had moeten opofferen, en op 't laatst had moeten fteelen.

Mevr. waarman.

Steelen? Hoe is dat mooglijk?

waarman.

De galante fchobbejak was in mijne kamer gellopen, iad den lesfenaar opengemaakt, en al het geld en geldsa aarde geftolen, dat gij mij nog had overgelaaten. Mevr. waarman.

Ach 1 ik ongelukkige! (zij valt op een ftoel neder.}

C

MOR*

Sluiten