Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34- MARIA ANTOINETTE, Die zwygend' meer zal doen , by 't einde van myn leed, Dan ooit myn fcherpe tong by myne beulen deed." Wilt gy, voor 't laatst, vrindin! myn-boezemfirwrt v^ lichten,

Toon u bedaard en groot, e» doe uw driften zwichtenOntruk my kermend' niet wat ik hoogst noodig heb, Dien moed, waaruit ik thans al m3n vertroofting fchêp.

ELIZAIÏETH. Gy wilt dan dat ik koel u zal zien aangegrepen, En door een beulendrom fchavoiwaarts zal zien'Open? Gy wilt, in 't uiterfle uur, daar ik u 't laatst zal zien Lni fpan Hechts van 't fchavot, de koelheid my gebiênj ó Dierbare Antoinette! ó wellust van myn leven! Zo'eenig wanbedryf u my moest doen begeven," Zo een verheven Raad, door zucht tot recht beroemd Een Raad uw Hamhuis waard', u had ter dood gedoemd Dan noch zou't pynlyk zyn naar 't geengyeischt tehoorenThans daar gy door een rot uit Vrankryks graauw verkoren! Onwetug, door geweld, zich opdoende als een Raad En dat npch zonder fchnld, op een febavot vergaat- ' Daar wat my van u blyft, het kroost uit u gefproten ' Deafgryslykheid rayns lo.s gevoelig zal vergrooten, ' Is een bedaarde geest, door grootheid voorrgeleid , Voor e. ^ egns

Maar, fpreek , ,s't u vergund noch lang by my te„ yven ?

"«TOIkeiïï, Wiarfchyti'yk... neen!

ELI-

Sluiten