Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L.

=9

DOÜSTIGNAC.

Het is een daad die van uwe zijde zo veel te loffelij. keris, temeer, daar gij tijk zijt, en het juffeitje zich in een ellendigen ftaat bevind.

ROBIN.

Wat zegt gij ?

DOÜSTIGNAC.

Dat papa op 't punt ftaat bankroet te fpeelen, wist gij dit niet?

ROBIN.

Maar hij geeft twintig duizend Kroonen aan zijn dochter ten huwelijk.

DOÜSTIGNAC.

Twintig duizend Kroonen ! (als of hij tegen zich zeiven fprak.) Dat hij dat geld geleend heeft isklaar; maar hoe men hem dit heeft willen leenen, dat gaat mijn verHand te boven. Hij moet een groot lot getrokken hebben , of hij heeft misfchien verfcheiden banken met het fpel gewonnen. (Overluid.-) Neem het op als of ik niets gezegd heb, en laten wij liever lustig gaan drinken, (ter zijde.) Hij is doodelijk gewond.

VEERTIENDE T O O N E E L.

ALBERT, ROBIN, DOÜSTIGNAC. DOSTIGNAC.

Ha, daar is papa, die u zoekt, (tegen Albert hem tegemoetgaande.) Verklik mij niet?

AL-

Sluiten