Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 DE TE LEÜRGESTELBE VERLEIDER.

CHRISTINA.

Mijn Heer! de vriendfchap van een eenvoudige Boeren Dochter is voor u van te weinig betekenis.

FREDRIK.

En waarom zou de vriendfchap van een Boeren Dochter weinig betekenend zijn voor den Zoon eens Edelmans? Wij zijn toch beide mcnfchen.

CHRISTINA.

Ja, maar in rang te verfchillend. — Ik houde veel van u ; gij hebt mij immers het leven gered ? — Doch ik houde ook den afftand tusfchen u en mij onder 't oog.

FREDRIK.

Van waar hebt gij toch dit beminnelijk verftand , lieve crisjen ?

CHRISTINA.

Het geen ik weet, ben ik aan onzen braaven Domino, en aan den Schoolmeester verfchuldigd; maar zo gij mij een beminnelijk verftand toefchrijft, mijn Heer! dan vleit gij mij.

FREDRIK.

Ik vlei niet — geheel niet, lief Meisjen! uw verftand en uwe opvoeding verheffen u boven uwen ftand. Een onbevooroordeeld Edelman zoudt gij gelukkig maaken , en uwe hoedanigheden zijnen ftand eer aandoen.

CHRIS*

Sluiten