Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4c. ABALLINO,

ik cindelyk rust te vinden na zo veele uitgeftaane rampen. Hier dagt ik in een afgelegen hoek, verre van het onzalig gewoel der waereld, even als een kluizenaar, myn leven te kunnen heen droomen. — Maar dat alles is nu zo niet. Een kwaadaartig gefternte vervolgt my ook hier. — Canari, ik ben nu ongelukkiger, dan ik ooit voorheen in myn leven was.

CANARI.

Niet alzoo! Waarin beftaat dan dat ongeluk?

flodoardo.

Vraagt gy dat? O, als gy dat nog niet kunt gevoelen, dan helpen alle woorden niet om het u te befchryven.

CANARI.

Gy bemint Rofamunde? Die gedachte is wel ftout, maar ik verwachtte ook geene andere van u. De nicht van den Doge Andreas Gritti zal haare hand geenen edelman durven geeven, die in de Republiek verderniets dan zynen adel voor zich heeft, doch.... flodoardo. (hem in de reden vallende?)

Dat is myn doodvonnis. Ik weet het, zo goed als gy. Ik heb het my zeiven reeds voorgefchreven. En echter.... nèen, Canari! het uur, dat my naar Venetiën voerde, zal nooit myn zege wegdragen. — Had ik uw eilanden uwe Rofamunde nooit gezien! — Bedelaar te worden, daar men voorheen over millioenen heerschte; in het ftof te kruipen, daar men de rechtehand van den Vorst was, en het welvaaren of

el-

Sluiten