Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 41

ellende des lands van onze luimen afhing; kreupel te worden, daar men anders om zyne gezonde vlugge leden benyd wierd — dat is fcherts, dat is geen ongeluk, daar kan men des noods nog overlachgen. Maar als ons eigen hart ons ongetrouw wordt,als de flang der liefde zich hier vastnestelt, en wy buiten alle hoop haar niets dan ons leven kunnen voorwerpen—■ dat is ellende, (koel.) Ik bid u, zeg toch niemand iets van 't geen ik u heb aanvertrouwd. Sluit het,als een geheim, diep in uw hart. Wart niemand kan my toch helpen.

canari.

Ei, waarom niet? Weet gy dan reeds zo zeker dat alle hoop verloren is?

flodoardo.

Alle? Neen, alle hoop is nog niet verloren. Een enkele is my nogovergebleven;maar die is verfehriklyk. Zy toont my wel myn doel, maar nog op een verren, ysfelyken afltand; zy toont my wel den weg, maar het is een duister eenzaam pad, dat nog geen fterveling voor my betreden heeft. Canari, Canari! als gy dat alles — dat alles zien én weeten mogt, uwe gryze hairen zouden van verbaasdheid ten berge ryzen. En dien weg moet ik bewandelen, met gevaar van myn leven. Ik heb een vreesfelyke uitkomst te duchten. Ik heb niémand voor my, dan God en de Liefde. Die alleen moeten my door deeze duisternis heenlichten.

C 5 ca-

Sluiten