Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3° DE NIEUWSGIERIGE,

. En dat geliefde pand...zyt gy J

JULIA.

Die minnaars zyn toch vol van looze vleijeryl

WELVAL.

Gy moet van my geen vleitaal vreezen. Altoos zult gy my dierbaar wezen; Myn hart Helt zyn geluk fc, uw bezit alléén. Bekorelyk gedacht! wat doet natuur u pronken

Met duizend lieve aanminnigheén f Hoe kunt ge, 6 myn vrindin! door vrindlyklagchcn, lonken, Myn ziel in liefdevuur ontvonken, Ja, fmeltcn met uw ziel in één ! Deze ecdle vreugd is boven alle uitïtekend.

LIZETTE.

Wat is de hVfde toch welfprekend!

WELVAL.

Lizette! ik hoop van u, dat gy niets melden zult, Vóórdat ons oogmerk is vervuld.

LIZETTE.

ó! 'k Bid, mynheer, wil u niet kwellen: 'k Zal zelden meer dan 't geen ik weet vertellen. WELVAL, tegen Julia. ö Ja! wy zullen, UUr op uur, Elkaér , in aart gelyk , door teerheid meer behagen, En fmaken, in den bloei van onze lentedagen,

De

Sluiten