Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELZUCHT. 33

TWEEDE BEDRYF. EERSTE TOONEEL.

KLAASJE, KAREL. K L A A S J E.

w el nou, mynheer, heb je jou buik al vol?

KAREL.

Ach! myn lieve Klaasje, wat heb ik geleden! die oude, jufvrouw Niflon heeft my, onder door de tafel, de beenen geheel aan Hukken gefchopt. De drommel haal die zottin !

KLAASJE.

Wei, had ik geen gelyk, toen ik jou verzekerde dat ze jou lief had, hé? Kyk, als ik iets vertel, dan is het ook vast zo. ik verfta my op de vryery, enkel door de gebaarden. Ik ze', je zeggen, die vrouw heit zo een zeker iets. Als men den geen ziet die men bemint, dan is men beteuterd: men wil fpreken , men opent den mond, 'er komt niets uit; men (laat als een pilaar, men fpeelt met de vingers, men flaat de oogen naar den grond: 6 ik weet dat alles, want men heit 'er my voordezen wel van verteld. Ik heb ook eens op het punt geflaan om met een jongeling uit ons dorp te trouwen , maar hy ftierf juist 's avonds voor onze trouwdag, en dat maakte dat het huwelyk niet C voort

Sluiten