Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv O P D R A G T.

Uwe geboortejlad, de plaats myner tegenwoordige inwoning, mag getuigen zyn, of myn lofgalm te hoog draaft, als ik betuig u te bewonderen. Be taak waar meede gij u een tyd lang belaaden hebt, en die gy met zo veel lof, als billykheid voleindigde is een onwederfpreeklyk bewys, dat gefterkt wordt door de traanen die gy van de wangen der jonglingfchap heit zien afvloeien, toen zy U als hunnen Leermeester in de LatynfcheTaal, den laatflen morgen begroeten.

Onder de genoegens myns levens behoort, dat gy my uwe vriendfchap niet onwaardig keurt, want niets is my aangenaamer dan de achting van een verjlandig en enbevooroordeelt man. Zonder hier meer toe te vnpgen , (t geen ik met volle waarheid zou kunnen, doch met gevaar van uwe zedigheid te kwetszen.) hoop ik dat gy myn verzoek niet zult afflaan, maar my toeflaan, dat ik ten minsten het klein getal onzer Vaderlanders die myn gering werkje, de eer eener leezing waardig keuren, doe zien , dat ik waatiyk U hoog achte, enprysjlel op uwe wederkeerige achting.

Ondertusfchen vriend! beveel ik my uwe kunstmin, en 'r zal my altoos aangenaam zyn, als gy U de moeke wilt geeven, mynen arbeid van zulke feilen te zuiveren, als veelal eene verdwaalde eigenliefde, en andere oorzaaken genen fchryver niet doen bemerken.

Ik

Sluiten